Connect with us

Culture

Waarom de herziene canon van Amsterdam ons dwingt om het kolonialisme opnieuw te bekijken

Published

on

DCM Redactioneel Overzicht: Dit verhaal is onafhankelijk herschreven en samengevat voor DCM-lezers om de belangrijkste ontwikkelingen voor de regio te belichten. Oorspronkelijke berichtgeving door De Volkskrant, klik op deze post om het volledige oorspronkelijke artikel te lezen.

 

‘Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht’, van Cornelis Anthonisz (1538).

‘Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht’, van Cornelis Anthonisz (1538).Bron Bewerking Studio V
 

 

De discussie over de Nederlandse geschiedenis en het onderwijs daarin begon met Pim Fortuyn, die pleitte voor een terugkeer naar traditionele onderwijsmethoden en meer historisch bewustzijn. Dit leidde in 2006 tot een pamflet van Jan Marijnissen en Maxime Verhagen en een voorstel voor een Nationaal Historisch Museum, dat gebaseerd zou zijn op de Canon van Nederland. De commissie-Van Oostrom stelde deze canon samen als een overzicht van belangrijke Nederlandse geschiedenis en cultuur, bedoeld om de jeugd meer kennis bij te brengen. Ondanks plannen voor een museum, werd de subsidie in 2008 ingetrokken en werd het gebouw nooit gerealiseerd, maar de canon bleef bestaan en leidde tot lokale varianten in verschillende regio’s.

Zeventien jaar later is de canon van Amsterdam herzien, waarbij slechts 22 van de oorspronkelijke 50 vensters zijn behouden en de teksten zijn herschreven door een commissie van deskundigen. Deze herziening sluit aan bij de toenemende aandacht voor geschiedenis in het gemeentelijke beleid, waaronder erkenning van het slavernijverleden. De nieuwe canon legt meer nadruk op vrouwen-, gender- en lhbti-geschiedenis, evenals op koloniale en slavernijgeschiedenis, maar roept ook vragen op over de balans en volledigheid van de gepresenteerde geschiedenis.

Critici wijzen erop dat de herziening soms een eenzijdig beeld geeft van de Amsterdamse geschiedenis, waarbij de nadruk op koloniale invloeden en slavernij ten koste gaat van andere belangrijke economische en culturele aspecten. De commissie lijkt meer te zijn ingegeven door hedendaagse politieke discussies dan door een evenwichtig historisch overzicht. Er wordt gesuggereerd dat de nieuwe canon niet de bredere geschiedenis van alle Amsterdammers weergeeft, maar zich richt op specifieke groepen, waardoor het risico van tunnelvisie ontstaat.

De herziening van de canon wordt geprezen om de inclusiviteit, maar er zijn zorgen dat deze benadering de historische wetenschap kan ondermijnen. De balans tussen het erkennen van veronachtzaamde bevolkingsgroepen en het bieden van een objectief overzicht van de geschiedenis is cruciaal. De vraag blijft of de nieuwe canon als een modeverschijnsel zal worden gezien of dat het een blijvende impact zal hebben op het begrip van de Amsterdamse geschiedenis.

Continue Reading