Connect with us

Culture

Martin Parr: de paus van de fotografie die humor en kritiek meesterlijk verweeft

Published

on

DCM Redactioneel Overzicht: Dit verhaal is onafhankelijk herschreven en samengevat voor DCM-lezers om de belangrijkste ontwikkelingen voor de regio te belichten. Oorspronkelijke berichtgeving door De Volkskrant, klik op deze post om het volledige oorspronkelijke artikel te lezen.

 
New Brighton, Engeland, uit de serie 'The Last Resort', 1983-85.

Open deze afbeelding in volledig schermNew Brighton, Engeland, uit de serie ‘The Last Resort’, 1983-85.New Brighton, uit ‘The Last Resort’, 1983-85.

 

De Britse fotograaf Martin Parr, bekend om zijn humoristische maar vlijmscherpe observaties van de consumptiemaatschappij, is overleden. Hij werd wereldberoemd met series als The Last Resort (1983-1985), waarin hij de alledaagse realiteit en het opkomende massatoerisme in New Brighton vastlegde. Zijn werk combineerde ironie met subtiele kritiek en liet een wereld zien die tegelijkertijd herkenbaar en pijnlijk confronterend was.

Parrs stijl kenmerkte zich door de nabijheid tot zijn onderwerp. In boeken als Life’s a Beach (2013) en Common Sense (1999) fotografeerde hij mensen en objecten van soms ongemakkelijk dichtbij, wat beelden opleverde die zowel hilarisch als meedogenloos waren. Hij schuwde daarbij ook zelfspot niet: in zijn bundel Autoportrait (2000) verzamelde hij de vaak bizarre portretten die studiofotografen wereldwijd van hem maakten, inclusief geënsceneerde taferelen zoals een gefotoshopte afbeelding waarop hij in een judopak naast president Poetin staat. Het boek verscheen vlak voordat het selfietijdperk losbarstte en werd hierdoor achteraf gezien visionair.

Parr was uitzonderlijk productief: elk jaar verschenen meerdere fotoboeken van zijn hand. Tegelijkertijd bouwde hij in veertig jaar tijd een indrukwekkende collectie van twaalfduizend fotoboeken op, gefinancierd met commerciële opdrachten voor reis- en modetijdschriften – opdrachten die hij zelf steevast “pure prostitutie” noemde. Zijn verzameldrift leidde tot The Photobook: A History, een driedelige standaardreeks die hij samen met Gerry Badger maakte en die wereldwijd geldt als een bijbel voor fotoboekverzamelaars. Toen Parr op beurzen verscheen, ontstond er niet zelden een run op de boeken die hij bekeek.

In 2017 verkocht hij zijn volledige collectie aan Tate, waarmee de belangstelling voor fotoboeken een nieuwe impuls kreeg. Datzelfde jaar richtte hij in zijn woonplaats Bristol de Martin Parr Foundation op, een vrij toegankelijke tentoonstellings- en bibliotheekruimte gericht op fotografie uit Groot-Brittannië en Ierland. Zijn inspanningen droegen bij aan de vorming van een heus fotografiecentrum in Bristol: de Royal Photographic Society verhuisde naar een pand tegenover zijn stichting en het Bristol Photo Festival werd opgericht, waarvoor Parr artistiek directeur van de eerste editie zou worden.

Parr stelde niet alleen tentoonstellingen samen van zijn eigen werk, maar ook van andere fotografen, en maakte films waarin hij Britten vroeg naar hun identiteit. Zijn korte BBC-idents, die tussen programma’s werden uitgezonden, werden iconisch. Zijn rol binnen Magnum — het roemruchte fotografencollectief waartegen aanvankelijk intern weerstand bestond vanwege zijn ironische toon — groeide uit tot die van president.

Zijn loopbaan raakte echter in 2020 in zwaar weer toen hij op sociale media werd beschuldigd van racisme. De kritiek betrof een heruitgave van London by Gian Butturini (1969), waarin een foto van een zwarte vrouw naast een gorilla stond. Parr had voor de heruitgave slechts het voorwoord geschreven, maar werd ten onrechte gezien als samensteller. Hoewel de oorspronkelijke fotograaf de combinatie juist had bedoeld als aanklacht tegen racisme, bood Parr excuses aan omdat hij de gevoeligheid van de beelden onvoldoende had onderkend. De mediastorm, versterkt door de Black Lives Matter-protesten, leidde ertoe dat hij aftrad als artistiek directeur van het Bristol Photo Festival. Later volgde tevens kritiek van Butturini’s nabestaanden, die vonden dat Parr zich onterecht had gedistantieerd van het werk dat hij eerder had geprezen.

De controverse leek zijn carrière te breken, maar uiteindelijk herstelde zijn reputatie. Musea toonden zijn werk opnieuw en de Martin Parr Foundation keerde terug naar een regulier tentoonstellingsprogramma. In 2021 kreeg hij een hoge onderscheiding, waarmee zijn rehabilitatie bezegeld leek. In datzelfde jaar werd bij hem kanker vastgesteld; de behandeling sloeg aan, al bleef zijn mobiliteit beperkt. Toch bleef hij onvermoeibaar doorwerken. Enkele maanden geleden verscheen zijn autobiografie, Utterly Lazy and Inattentive, opgebouwd uit honderdvijftig foto’s en korte teksten.

Zijn nalatenschap is ondertussen veiliggesteld. Toen hij in 2017 zijn stichting oprichtte, bracht hij daar direct zijn volledige archief onder. “Fotografen zijn heel slecht in bedenken wat er met hun artistieke erfenis moet gebeuren,” zei hij destijds. “Het is goed dat ik het doe zoals ik wil dat het wordt gedaan.”

Naast zijn internationale invloed stond Parr bekend als een groot kenner van de Nederlandse fotografie. Hij stelde een boek samen over Ed van der Elsken, hielp Hans van der Meer financieel bij het publiceren van diens fotoboeken over voetbalvelden, en werkte jarenlang samen met Ruben Lundgren aan The Chinese Photobook (2015), een overzichtswerk over fotoboeken uit en over China.

Martin Parr laat een omvangrijk oeuvre na dat even humoristisch als scherpzinnig is — een genadeloze blik op de moderne mens die zowel bewondering als ongemak blijft oproepen.

Continue Reading