Business
Eerste stappen gezet naar transparante rapportage over klimaattransitieplannen en gefinancierde emissies
DCM Redactioneel Overzicht: Dit verhaal is onafhankelijk herschreven en samengevat voor DCM-lezers om de belangrijkste ontwikkelingen voor de regio te belichten. Oorspronkelijke berichtgeving door AFM, klik op deze post om het volledige oorspronkelijke artikel te lezen.
In 2024 publiceerden de onderzochte instellingen voor het eerst een duurzaamheidsverslag volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), hoewel deze richtlijn nog niet in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Een cruciaal onderdeel van deze rapportages is het transitieplan, dat door alle acht instellingen is opgenomen. Duurzaamheidsverslaggeving wordt gezien als een leerproces, niet alleen voor de instellingen zelf, maar ook voor andere belanghebbenden zoals de AFM. De sector wordt aangemoedigd om te werken aan een meer gestandaardiseerde aanpak, zodat de impact, risico’s en kansen van klimaattransitie beter kunnen worden beoordeeld en vergeleken.
Bij de onderzochte banken blijkt dat er een gedetailleerde rapportage is over emissies en transitieplannen, maar de diepgang en scope verschillen aanzienlijk. De gefinancierde emissies van zakelijke leningen zijn hierbij van groot belang. Banken bieden inzicht in de sectoren die zij financieren, maar er is behoefte aan consistentie in definities en meetmethoden om de vergelijkbaarheid te verbeteren.
De vier onderzochte verzekeraars rapporteren hun emissiecijfers per activaklasse, maar ook hier zijn er verschillen in detailniveau. De meeste gefinancierde emissies komen uit bedrijfs- en staatsobligaties, en de focus ligt op emissies uit eigen beleggingen. De vergelijkbaarheid tussen verzekeraars is beperkt door variaties in reikwijdte en rapportageformats.
Een belangrijk knelpunt dat door alle instellingen wordt genoemd, is de kwaliteit van de data in de keten. De beperkte beschikbaarheid van betrouwbare gegevens, vooral verderop in de waardeketen, leidt tot onzekerheden. Instellingen zijn daardoor vaak afhankelijk van schattingen en externe dataproviders, wat de nauwkeurigheid van de rapportages kan beïnvloeden.